Nationaal Archief
   Scheepsreizen

Handtekening van Abel Tasman afkomstig uit het Journaal van Tasman, 1643.

 

 

De Heemskerck (1642)

Het hoogtepunt van de 17e-eeuwse ontdekkingsreizen naar het Zuidland vormen de twee expedities van de in het Groningse dorpje Lutjegast geboren Abel Jansz. Tasman.


Al in 1639 is Tasman als tweede man betrokken bij een poging de fabelachtige goud- en zilvereilanden ten oosten van Japan te ontdekken. Deze tocht brengt niet de rijkdom waarop de heren XVII hopen en direct daarna worden al weer nieuwe verkenningen beraamd.

 

In opdracht van de VOC maakt Tasman in 1642 een ontdekkingsreis naar het Zuidland. Gouverneur-Generaal van Indië, Anthonie van Diemen, geeft hem de opdracht de grootte en ligging van het Zuidland te bepalen en alles te schetsen wat hij tegenkomt. Een andere reden voor de tocht is het zoeken naar een weg om ongehinderd in de Stille Oceaan te komen, ofwel een route naar Zuid-Amerika via de Australische wateren. Van Diemen wil een vriendschappelijke relatie met de Chilenen aanknopen om zo te kunnen concurreren in de handel op de westkust van Zuid-Amerika.

 

Voor deze onderneming worden twee schepen uitgerust. Als vlaggenschip voor Tasman dient de Heemskerck met 60 ‘kloeke koppen’ aan boord. Het tweede schip is de Zeehaan dat onder bevel staat van Gerrit Jansz. uit Leiden en koopman Isaack Gilsemans. Deze Gilsemans is behalve koopman ook een bekwaam kunstenaar en hij krijgt de instructie ‘Alle landen eylanden, hoecken, bochten, inwijcken, baijen etc. die bejegenen en passeren sult, moeten ulieden perfect carteren en beschrijven’.

 

Van Batavia vaart Tasman eerst bijna tot de Kaap de Goede Hoop om vandaar naar het Zuidland te zeilen. Op 24 november ontdekt hij bij toeval een eiland dat hij Van Diemensland noemt, naar zijn opdrachtgever. Pas veel later wordt het eiland naar zijn ontdekker in Tasmanië omgedoopt. De reis gaat verder oostwaarts en op 13 december ontdekt hij Nieuw-Zeeland. Dit noemt hij Statenland, omdat hij denkt dat het pas ontdekte land deel uitmaakt van het grote Statenland bezuiden Kaap Hoorn (de zuidpunt van Amerika).

 

De diverse ontmoetingen die plaatsvinden met de oorspronkelijke bewoners van Nieuw Zeeland zijn niet altijd even vreedzaam. Bij een treffen met de Maori’s worden vier Nederlanders en een onbekend aantal Maori’s gedood. Deze plaats wordt in het journaal opgetekend als

‘Moordenaarsbaai’.

 

De schepen bereiken uiteindelijk de Stille Zuidzee en arriveren in juni, na een tocht van tien maanden, in Batavia. Het laatste deel van Tasmans opdracht, het bezeilen van Kaap Keerweer, de Golf van Carpentaria en de noordkust van Australië, wordt door het intreden van de zuidoostmoesson niet uitgevoerd. De reis heeft uitgewezen dat het Zuidland niet aan het poolland vastzit en dat er omheen gevaren kan worden, maar roept ook nieuwe vragen op. Dat is de aanleiding voor een tweede expeditie, met als opdracht het niet uitgevoerde deel van de eerste reis af te werken.

 

De vraag die bij de tweede reis centraal staat is of de kust van Nieuw-Guinea en het onbekende Zuidland aan elkaar vast zitten of dat er een doorvaart mogelijk is.
In 1644 vertrekt Tasman voor zijn tweede reis met de schepen De Limmen, De Zeemeeuw en de Bracq. Tasman zeilt de doorgang tussen Australië en Nieuw-Guinea voorbij en komt tot de conclusie dat er géén doorsteek mogelijk is. De zoektocht naar wat later de Straat Torres gaat heten is een van de wonderlijkste in de geschiedenis van de ontdekkingen. Al in 1606 hebben de opvarenden van het Duyfken gerapporteerd hier een ‘open te zien’. In 1623 is dit reden voor Carstensz. om in opdracht van de VOC met het schip de Pera onderzoek te doen in het gebied dat hij de Droge Bocht noemt. Ook tijdens zijn onderzoek blijft de doorsteek onbekend. Pas in 1770 vaart James Cook met het schip de Endeavour voor het eerst weer door deze straat.

 

Van alle Nederlandse ontdekkingstochten naar Australië is de eerste reis van Abel Tasman ongetwijfeld de belangrijkste. Toch betekenen de reizen van Tasman voorlopig het einde van de pogingen van de VOC om meer gegevens te krijgen over het Zuidland. De Nederlanders verwachten van het land weinig en zien het als geldverspilling om opnieuw expedities uit te zenden.